Voedselveilige smeermiddelen

In de voedingsmiddelenindustrie wordt in principe dezelfde apparatuur gebruikt als in andere bedrijven: tandwielkasten, hydraulische systemen, transportbanden, mengapparatuur, compressoren etc. Vanuit smeertechnisch gezichtspunt worden dan ook geen andere eisen aan de te gebruiken smeermiddelen gesteld. Omdat echter contact tussen smeermiddel en de geproduceerde voedingsmiddelen nooit volledig kan worden uitgesloten, worden vaak smeermiddelen toegepast die bij onopzettelijk en niet te voorkomen contact met voedingsmiddelen in kleine concntraties geen bedreiging vormen voor de volksgezondheid. 

GMP

De producent van voedingsmiddelen dient zich te houden aan de vereisten van "Good Manufacturing Practice" - een manier van produceren die risico's voor de volksgezondheid zo veel mogelijk probeert uit te sluiten. In feite is dat vooral een denkwijze en filosofie die door regelgeving een concrete invulling krijgt. De regelgeving rcht zich met name op het handhaven en kunnen handhaven van een stricte hygiene, omdat micro-bacteriële besmetting het grootste gevaar vormt. De meegebakken muis in het brood in de afbeelding hieronder zal de consument ongetwijfeld doen schrikken, maar een gevaar voor de volksgezondheid vormt die muis niet. 

HACCP

Binnen de EU zijn bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie verplicht een zogenaamde "Hazard Analysis and Critical Control Points" analyse uit te voeren. Dit houdt in het zorgvuldig in kaart brengen en analyseren van risico's, het onderkennen van de kritische punten in het productieproces die moeten worden beheerst om de voedselveilige productie te kunnen borgen en het nemen van adequate maatregelen die ervoor zorgen dat bij incidenten op passende wijze wordt ingegrepen om de onderbroken voedselveilige productiewijze zo snel mogelijk te herstellen. Een van de risico's is het gebruik van smeermiddelen. Het risico daarvan kan worden verkleind door smeermiddelen en hulpstoffen toe te passen die uitsluitend zijn samengesteld uit componenten waarvan bekend is dat ze bij minieme verontreiniging van voedingsmiddelen geen onmiddellijk gevaar vormen voor de volksgezondheid. . 

Verantwoordelijkheid

De producent is ten allen tijde verantwoordelijk voor de inrichting van zijn productieproces. De producent maakt de afweging of een bepaald aspect van de productiewijze een te vermijden of te beperken risico vormt. Wanneer het gebruik van smeermiddelen niet als een te beperken risico wordt gezien, is er geen verplichting om voedselveilige smeermiddelen te gebruiken. In de praktijk zal echter bijna altijd voor voedselveikige smeermiddelen worden gekozen, om risico's te minimaliseren. Ook zullen grote afnemers zoals supermarktketens meestal verlangen dat met een zo gering mogelijk risico wordt geproduceerd en daarom productie met behulp van voedselveilige smeermiddelen in afnamecontracten dwingend voorschrijven. 

Samenstelling van voedselveilige smeermiddelen

Door de beperkingen ten aanzien van de samenstelling kunnen geen normale minerale basisoliën worden toegepast. Wel toegepast worden zeer ver doorgeraffineerde minerale basisolie (technische witte olie, medicinale olie), poly-alfa-olefinen, esters, plantaardige grondstoffen en siliconen. Ook voor additieven en indikkers voor smeervetten gelden beperkingen. Inmiddels is de smeermiddelindustrie er in geslaagd producten te vervaardigen die zowel aan de eisen van voedselveiligheid voldoen als aan de technische vereisten die de smeertechnische toepassing stelt. 

Keuzebeperking

"Voedselveilig" legt de samensteller van een smeermiddel beperkingen op: niet alle (uit smeertechnisch gezichtspunt geschikte) basisvloeistoffen en additieven kunnen worden toegepast. Inmiddels zijn er voldoende geschikte grondstoffen beschikbaar om hoogwaardige smeermiddelen te maken die ook voedselveilig zijn. 

Voedselveilig en biologisch afbreekbaar

Voedselveilig en biologisch afbreekbaar zijn twee van elkaar onafhankelijke randvoorwaarden waaraan een smeermiddel kan voldoen. Het is mogelijk dat een smeermiddel zowel voedselveilig als biologisch afbreekbaar is. Voedselveilig en biologisch afbreekbaar zijn echter beslist niet hetzelfde. Voedselveilig wil zeggen: bestaande uit bestanddelen waar van vast staat dat ze in kleine concentraties in voedingsmiddelen geen gevaar voor de volksgezondheid vormen. Biologisch afbreekbaar betekent strikt genomen slechts dat het product in een waterig anaeroob milieu door toedoen van micro-organismen vrij snel voor een aanmerkelijk deel uiteen valt. Voedselveilige producten behoeven dus geenszins biologisch afbreekbaar te zijn, en niet alle biologisch afbreekbare producten zijn voedselveilig. 

Standtijd

Smeermiddelen veranderen tijdens gebruik door de inwerking van temperatuur, vocht, opname van slijtagebestanddelen etc. De aanvankelijke voedselveiligheid is dan na verloop van tijd niet meer gegeven. Regelmatige controle op de kwaliteit en op tijd verversen is dan ook op zijn plaats.
Opslag van voedselveilige producten verdient extra aandacht. Zolang de originele verpakking onbeschadigd en ongeopend is, is het product voedselveilig. Na opening kunnen omgevingsinvloeden bij ondeskundige opslag problemen veroorzaken. Zo kan bijvoorbeeld binnengedrongen water(damp) een voedingsbodem vormen voor micro-organismen - waardoor niet meer sprake is van een voedselveilig product. Strikt genomen wil certificering zoveel zeggen als: voedselveilig totdat de verpakking wordt geopend - daarna is die garantie er niet meer.
Zorgvuldig omgaan met en tijdig verversen van in oorsprong voedselveilige producten is dus een eerste vereiste om ook in de praktijk de gewenste veiligheid te verkrijgen en te handhaven. 

Certificering van voedselveilige smeermiddelen

Wanneer een smeermiddel enkel en alleen is samengesteld uit bestanddelen waarvan vaststaat dat ze geen gevaar voor de volksgezondheid opleveren, kan het betreffende smeermiddel als voedselveilig worden gecertificeerd. Onderscheiden worden diverse producten, voor smering zijn de belangrijkste de categorieen H1 (smeermiddelen) en HT1 (warmteoverdrachtsvloeistoffen).
Certificering volgt wanneer een bedrijf de samenstelling van een product meedeelt, alle samenstellende bestanddelen op zich als voedselveilig zijn gecertificeerd en een bepaalde vergoeding wordt overgemaakt. Het bedrijf dat certificering aanvraagt, verplicht zich de samenstelling niet te veranderen en altijd dezelfde samenstelling te leveren. Wanneer door productontwikkeling een nieuwe samenstelling ontstaat, dient opnieuw certificering te worden aangevraagd.
Het geheel is een zaak van vertrouwen: er is geen controle of de meegedeelde samenstelling ook werkelijk en altijd wordt geleverd en of het productieproces zodanig is dat verontreiniging met niet voedselveilige bestanddelen wordt uitgesloten. 

ISO 21469

ISO 21469 specificeert voorschriften voor de samenstelling, de vervaardiging, het gebruik en het omgaan met smeermiddelen die in contact kunnen komen met voedingsmiddelen, cosmetische producten, geneesmiddelen en diervoeders. Het is een uitgebreid kwaliteitsborgingssysteem dat verder gaat dan eenvoudige certificering.
Om aan de ISO 21469 norm te voldoen dient een bedrijf

  • aannemelijk te maken dat alle smeermiddelbestanddelen als voedselveilig zijn gecertificeerd
  • dat productomschrijvingen en verpakkinsaanduidingen correct en volledig zijn
  • een risicoanalyse te hebben uitgevoerd op zijn productieproces en maatregelen te hebben genomen om voedselveilige productie te waarborgen

Daarnaast dient door een onafhankelijke derde een "audit" te zijn uitgevoerd waarbij duidelijk moet zijn geworden dat aan alle voorwaarden voor certificering wordt voldaan en dat er een toereikend kwaliteitscontrole- en kwaliteitsborgingssysteem in gebruik is om er voor te zorgen dat dat ook zo blijft.
Jaarlijks worden door de certificerende instantie controles uitgevoerd om na te gaan of er nog steeds aan de voorwaarden voor certificering wordt voldaan.

H1/HT1 vergeleken met ISO 21469

ISO 21469 gaat verder dan eenvoudige certificering en biedt daardoor (potentieel) een hogere mate van zekerheid. Niet alleen de producten zelf, maar ook het productieproces en het in het productiebedrijf gehanteerde kwaliteitsmanagement wordt onder de loupe genomen en aan voorschriften onderworpen. Daarnaast is er een jaarlijkse (steeksproefgewijze) controle.
De ISO 21469 norm is van betrekkelijk recente datum en daardoor is het aantal bedrijven dat is gecertificeerd nog beperkt. Het aantal is echter sterk groeiend. 

Zijn gecertificeerde producten eetbaar?

Gecertificeerde producten voldoen aan een aantal randvoorwaarden: ze zijn in de toegestane concentraties in voedingsmiddelen reukloos, geurloos, smaakloos en leveren geen gevaar op voor de volksgezondheid. Bij grotere concentraties zou dat echter wel het geval kunnen zijn. Ze zijn dus niet als eetbaar te beschouwen. Alleen zeker is dat ze bij onopzettelijk en niet te voorkomen contact met voedingsmiddelen in kleine concentraties geen problemen opleveren. De toegestane concentraties zijn buitengewoon klein: (10 ppm, voor siliconen 1 ppm). Om een idee te geven hoe weinig dat is: 10 ppm komt overeen met 1 centiliter smeermiddel in 1000 liter olijfolie. 

Waarde van de certificering

Certificering van voedselveilige smeermiddelen is een goede zaak, omdat het aan de producent van voedingsmiddelen duidelijk maakt welke producten een lager veiligheidsrisico bieden dan standaard smeermiddelen. Het belang van certificering moet echter niet worden overschat. Bij voedselproductie zijn de risico's van bijvoorbeeld micro-biologische verontreiniging veel groter dan verontreiniging door potentieel schadelijke smeermiddelen. Veilige productie van voedingsmiddelen is vooral een kwestie van de juiste mentale instelling en kennis van eventuele gevaren. De technische maatregelen die kunnen bijdragen aan een hogere mate van veiligheid vloeien uit die instelling en kennis voort, maar vormen daarvoor geen vervangingsmiddel. De keuze van de juiste technieken en hulpmiddelen heeft alleen nut als iedereen in het productieproces doordrongen is van de reden voor die keuze. 

Halal, kosher en allergeenvrij

Bij het maken van voedingsproducten die bestemd zijn voor bepaalde deelmarkten kan het zijn dat de producent van de smeermiddelleverancier een halal, kosher of allergeenvrij verklaring verlangd. De eerste twee verklaringen kunnen worden verkregen na onderzoek door de relevante religieuze autoriteiten, waarna de smeermiddelproducent een halal- of kosherverklaring krijgt. Die verklaring houdt in dat zowel bij de productie van het smeermiddel als in de samenstelling van het smeermiddel geen producten zijn toegepast of handelingen zijn terricht die in strijd zijn met de betroffen religie. Het betreft dus morele en geen technische criteria.
Een allergeenvrij verklaring kan door de smeermiddelproducent zelf worden opgesteld: het betreft een eenvoudige verklaring waarin wordt medegedeeld dat bepaalde stoffen niet in het smeermiddel voorkomen. Dat is een zuiver technisch criterium - het aanhouden daarvan kan van essentieel belang zijn bij de productie van voedingsmiddelen voor mensen met een bepaalde vormen van allergie.
In het algemeen levert het verkrijgen van een halal, kosher of allergeenvrij verklaring voor de smeermiddelfabrikant weinig problemen op, omdat het meestal gaat om een verbod op stoffen en handelingen die bij de productie en de samenstelling van smeermiddelen geen rol spelen. 

Print-vriendelijke versieStuur naar een vriendPDF versie

BEROIL NV | Industriezone Centrum-Zuid 3023/6 | B-3530 Houthalen-Helchteren | (T)+32 (0) 11 / 80 33 23 - (F)+32 (0) 11 / 80 10 04 | info [at] beroil [dot] be